top of page

Waarom een laag beveiligingsniveau bij evenementen vaak geen bewuste keuze is

  • 1 day ago
  • 5 min read

In het kort De meeste Nederlandse evenementen hanteren een laag beveiligingsniveau. Dat wordt zelden benoemd. In de praktijk bestaat evenementenbeveiliging vaak uit een aantal basismaatregelen, zoals hekkenlijnen, toegangscontrole en toezicht door beveiligers.


Dat niveau is vaak begrijpelijk. Het betekent alleen ook dat de weerbaarheid beperkt is. Bepaalde incidenten, bijvoorbeeld rondom verboden voorwerpen en ongeautoriseerde toegang, zijn dan voorstelbaar.


Een laag beveiligingsniveau is op zichzelf geen probleem zolang daar bewust voor wordt gekozen en voor iedereen duidelijk is wat dat betekent.


Het onuitgesproken beveiligingsniveau


Nederlandse evenementen hanteren vaak een laag beveiligingsniveau. Dat gebeurt meestal onuitgesproken. De vraag welk beveiligingsniveau wordt nagestreefd, wordt namelijk zelden expliciet gesteld of beantwoord. In plaats daarvan worden bepaalde basismaatregelen in de praktijk als vanzelfsprekend ervaren.


Het beveiligingsniveau vloeit vaak voort uit gewoonte, organisatorische uitgangspunten en praktische haalbaarheid en betaalbaarheid. Het wordt daardoor niet altijd als een keuze gezien, terwijl het dat wel is. Dat wordt vooral zichtbaar als bij incidenten achteraf met verbazing wordt gereageerd, terwijl de vraag ‘hoe het kon gebeuren’ vaak goed verklaarbaar is vanuit het toegepaste beveiligingsniveau.


Daarmee ontstaat een belangrijke vraag: welk restrisico wordt geaccepteerd en is dat duidelijk voor alle betrokken partijen? Dat kan anders wanneer het beveiligingsniveau niet impliciet ontstaat, maar expliciet wordt gekozen.


Wat een laag beveiligingsniveau betekent


Bij veel evenementen bestaat beveiliging hoofdzakelijk uit enkele basismaatregelen, zoals een fysieke begrenzing, zonering, toegangscontrole en incidentrespons door beveiligers. Die maatregelen worden geleidelijk opgebouwd in aanloop naar het evenement. In de weken voorafgaand aan het evenement zijn veel mensen actief in de opbouw. Voordat de fysieke begrenzing er staat of wanneer deuren nog veelal openstaan om logistieke redenen, is de evenementenlocatie vaak verrassend toegankelijk.


De uiteindelijke fysieke begrenzing is vaak beperkt tot een enkele gezeilde hekkenlijn of de bestaande gebouwstructuur van de evenementenlocatie. De omgang met ‘party crashers’ – maar dus ook ongeautoriseerde personen die andere bedoelingen kunnen hebben – krijgt daardoor regelmatig het karakter van een kat- en muisspel.


Zonering wordt doorgaans enkel met menselijke controles ingericht. Toegang tot specifieke zones wordt bewaakt door beveiligers die polsbandjes of een andere vorm van autorisatie controleren.


Toegangscontrole bestaat uit de controle van een toegangsbewijs en een (beperkte) controle van bagage, regelmatig aangevuld met oppervlakkige fouillering. De beschikbare tijd per bezoeker is gering, want grote bezoekersstromen vragen nu eenmaal om doorstroming.


Voor het vroegtijdig detecteren van mogelijke incidenten is er meestal alleen menselijk toezicht, al dan niet ondersteund door cameratoezicht. Geavanceerde perimeterdetectie of andere detectiesystemen zijn uitzonderlijk.


Bescherming van kritieke zones volgt doorgaans dezelfde logica. Extra hekken en extra beveiligers, maar zelden aanvullende maatregelen die ongeautoriseerde toegang werkelijk bemoeilijken.


Respons en opvolging bestaan grotendeels uit reactief georganiseerde teams van beveiligers die zich primair richten op het ingrijpen bij ordeverstoring.


Waarom dit vaak voorkomt


Dit basisniveau van beveiliging is niet per se verrassend. Evenementen zijn tijdelijk en in vrijwel alle gevallen is een feestelijk karakter en plezierig ontvangst gewenst. Ze kennen grote bezoekersstromen, beperkte opbouwtijd en een sterke nadruk op toegankelijkheid en beleving.


Maatregelen die de weerbaarheid substantieel verhogen, kosten tijd, organisatiekracht en middelen. Ze beïnvloeden logistieke mogelijkheden, doorstroming en de bezoekerservaring. In veel situaties is het dan ook rationeel dat organisatoren de beveiliging liever beperken tot basismaatregelen.


Een laag beveiligingsniveau is daarmee vaak begrijpelijk. Het is relatief eenvoudig uitvoerbaar en past bij de uitgangspunten rond werkbaarheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid.


Een laag beveiligingsniveau is niet slecht, maar ook niet robuust


De gangbare basismaatregelen hebben uiteraard wel effect. Ze beïnvloeden gedrag, begrenzen publieksstromen en reduceren een aantal risico’s. Tegelijkertijd bieden zij slechts beperkte weerstand tegen doelbewuste omzeiling of ongeautoriseerde handelingen.


Een enkele hekkenlijn heeft een normerend effect en eraan voorbij gaan vraagt echt wel om enige inspanning, maar het is geen onoverkomelijke horde. Menselijk toezicht is effectief, maar per definitie kwetsbaar voor afleiding, routine en social engineering. Surveilleren kan afwijkingen signaleren, maar garandeert geen volledige detectie. Fouilleren onderschept verboden voorwerpen, maar lang niet alle.

Een laag beveiligingsniveau reduceert een aantal risico’s, maar kent duidelijk ook beperkingen.


Waarom incidenten daarbinnen mogelijk zijn


Wanneer bij een evenement verboden voorwerpen of ongeautoriseerde personen worden aangetroffen, leidt dat regelmatig tot verbazing. Die reactie suggereert vaak een onrealistische verwachting van het effect van de genomen maatregelen.


Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld zichtbaar na incidenten op evenementen waarbij wapens zijn gebruikt. Er ontstaat dan verbazing over hoe deze voorwerpen binnen konden komen. Maar wanneer sprake is van een laag beveiligingsniveau is dat vrij eenvoudig te verklaren.


Gedurende de opbouw vinden er geen of slechts beperkte toegangscontroles plaats en is de fysieke begrenzing vaak nog niet volledig opgetrokken of gesloten. Dat laat ruimte voor het vooraf positioneren van voorwerpen. Maar zelfs wanneer die begrenzing al wel staat, laat de vorm – in combinatie met het ontbreken van een gecontroleerde externe zone – het vaak toe om voorwerpen voorbij de begrenzing te brengen, bijvoorbeeld door een nooduitgang te misbruiken of voorwerpen onder de hekken door of over de hekken heen te gooien.


Ook de ‘standaardprocedure’ voor fouillering kent beperkingen. Wie wat nauwkeurig kijkt, zal vrijwel altijd zien dat controles in de praktijk variëren in diepgang. Niet iedereen hoeft zijn zakken leeg te maken, tassen en meegevoerde spullen worden niet systematisch gecontroleerd en sommige personen worden helemaal niet gefouilleerd. En zelfs wanneer iedereen wordt gefouilleerd, biedt de oppervlakkige vorm hiervan geen absolute garantie dat ieder verboden voorwerp wordt onderschept.  


Dit voorbeeld laat zien dat enkel de aanwezigheid van een maatregel of procedure niet bepalend is voor het effect. In situaties met grote bezoekersstromen en beperkte tijd per persoon ontstaat vrijwel altijd variatie in uitvoering. Als het weren van wapens een prioritair beveiligingsdoel is, zijn basismaatregelen meestal ontoereikend en is een laag beveiligingsniveau dus niet voldoende.


De vondst van verboden voorwerpen is met zo'n beveiligingsniveau geen anomalie, maar een voorstelbare uitkomst.


Hoe een hoger beveiligingsniveau bereikt kan worden


Een hoger beveiligingsniveau vergt een andere werkwijze en inrichting. Voorbeelden van aanvullende maatregelen om een hoger beveiligingsniveau te bereiken zijn:


  • Vroegtijdige afsluiting en volledig toegangsbeheer tijdens opbouw en afbouw

  • Schouw en doorzoeking van het terrein of object voorafgaand aan opening

  • Gelaagde fysieke barrières

  • Schilbeveiliging

  • Actieve detectiesystemen en sensortechniek

  • Intensievere toegangscontrole

  • Strakke autorisatie- en rechtenstructuren

  • Vooraf gedefinieerde respons- en interventiescenario’s


Dit is nadrukkelijk geen volledige lijst, maar illustreert een aantal maatregelen die de weerbaarheid verhogen.


De consequenties van een hoger beveiligingsniveau


Een hoger beveiligingsniveau ofwel verhoogde weerbaarheid gaat gepaard met consequenties. Hogere kosten, lagere instroomcapaciteit, logistieke belasting en een merkbare invloed op toegankelijkheid voor bezoekers en medewerkers en aantasting van het feestelijke karakter zijn voorspelbare effecten.


Voor veel evenementen worden dergelijke maatregelen als disproportioneel of ongewenst ervaren. Dat maakt de keuze voor een basisniveau rationeel verdedigbaar.


Bewust kiezen


Het gaat hier niet om de vraag wanneer het beveiligingsniveau omhoog moet. Soms zal daar aanleiding voor zijn, maar niet elk evenement vereist een hoog beveiligingsniveau.

Belangrijker is dat betrokken partijen zich bewust zijn van het toegepaste beveiligingsniveau en de maatregelen. Verantwoordelijkheid bestaat voor alle keuzes, soms zelfs als die niet bewust worden gemaakt.


Een laag beveiligingsniveau kan een legitieme keuze zijn, mits duidelijk is wat dit betekent. Dat kan ook betekenen dat niet het totale beveiligingsniveau wordt verhoogd, maar dat gericht aanvullende maatregelen worden genomen wanneer bepaalde risico's of beveiligingsdoelen daarom vragen.


Tot slot


Een laag beveiligingsniveau is bij evenementen vaak begrijpelijk en functioneel. Het gaat erom dat iedereen zich er bewust van is dat het beveiligingsniveau en alle maatregelen daarbinnen keuzes zijn en dat er duidelijk is waarvoor wordt gekozen.


Waar maatregelen beperkte weerstand en detectiekracht bieden, blijven bepaalde risico’s voorstelbaar. Verbazing achteraf verandert die realiteit niet.

 
 
bottom of page